Blog posts

Once a month Kirsten writes a blog about the Tongue Tie Clinic. Unfortunately, we did not translate this in English yet.

Reizen

“Zijn we er al?” Deze vraag hoor ik al voor we de hoek van de straat om zijn. Voor kinderen duurt reizen lang. Zeker als je geen idee hebt waar de reis heen gaat. Reizen duurt ook voor ouders lang. Er zijn veel plas-stops, gesleep met veel te veel bagage: drinken, eten, speelgoed, knuffels, reservekleding voor alle mogelijke weersomstandigheden en vooral heel veel reserve luiers. “Men moet reizen om te leren.” – aldus Mark Twain. Als moeder vind ik het meer leren om te reizen (met kinderen).

 

Bij de Tongriem Kliniek komen patiënten vanuit de hele wereld. Wij zien baby’s, kinderen en volwassenen vanuit heel Nederland en Europa. Met name de Scandinaviërs, waaronder de Denen weten ons te vinden. Het leuke van deze diversiteit is, dat je de gebruiken en gewoonten van andere landen leert herkennen. Met kouder weer, herkennen we ze in de wachtkamer al aan de wollen mutsjes en wollen kleding. Daarnaast hebben de baby’s altijd een eigen donzen dekbedje mee. We leren de belangrijkste woorden in de communicatie (“sød” en ”is”, ofwel fopspeen en ijsje).  En zoveel personen met een verschillende etniciteit maken het werk kleurrijk. Na het geven van een lezing in Kopenhagen zat ik met Eskimo’s uit Groenland in het vliegtuig terug naar Groningen. Ik stond er niet bij stil hoe groot en divers Denemarken is, en hoe belangrijk bereikbaarheid en toegankelijkheid in de zorg is.

 

Veel van de Denen die ons bezoeken vliegen van Kopenhagen naar Groningen Airport. De vlucht werd tijdelijk geschrapt door de vliegmaatschappij. Het schrappen zou vanwege financiële redenen zijn. Wij hadden het idee dat het misschien door de Tongriem Kliniek kwam. Op het nieuws hoorden we over een bommelding op het vliegveld en dat een speurhond vanuit Schiphol werd ingevlogen om onbeheerde bagage te checken. Met een rood hoofd vertelden de Deense ouders dat deze onbeheerde bagage, een koffer vol met luiers was, die in de haast naar hun afspraak vergeten was. Voor de speurhond waren we blij dat het om schone luiers ging.

 

Reizen voor medische hulp is geen eenvoudige keuze. Het antwoord op die vraag: ”zijn we er al?”, is dan ook “nee”. We zijn er nog lang niet. Er is nog veel te onderzoeken en te leren over dit onderwerp. We hebben nog een lange reis voor de boeg…

De Luizenmoeder

Menig ouder die ik in de Tongriem Kliniek ontmoet, zijn bekend met de gang van zaken op en rondom het schoolplein zoals bij “de Luizenmoeder”*. Regelmatig kom ik op dat schoolplein kinderen, of broertjes/zusjes tegen die ik in het verleden behandeld heb aan hun tongriem. Hierdoor gaat de Tongriem Kliniek zeker over de tong op het schoolplein.

 

Zo bleek niet alleen in Groningen. Voor haar eigen kind, was een Amsterdamse juf door een moeder getipt. De desbetreffende moeder was een intelligente Russische dame die absoluut haar hart op de tong had. Ze had zich zodanig verdiept in de materie dat de keuze voor haar twee kinderen viel op een orthodontist in Londen en de behandelend arts in Groningen.

 

Zij en de vader besloten vervolgens ook behandeld te willen worden aan hun tongriem. Een goede rustpositie voor de tong is tegen het gehemelte. De moeder wilde dit direct na de behandeling gaan trainen. Voor optimale concentratie nam deze moeder al mediterend met Duck tape over haar mond geplakt, voorin de auto plaats naast haar man. Dit was de kijkers op de andere rijbaan niet ontgaan en de politie werd wegens een ontvoering gewaarschuwd. Een bezoek aan de Tongriem Kliniek werd ineens de Bond film: From Russia with Love. Een Russische moeder als spionne, ontvoerd door een vriendelijke vader… Dat verzin je toch niet? Thuis aangekomen in Amsterdam viel de politie letterlijk en figuurlijk met de deur in huis en werd de vader stevig “aan de tand gevoeld”. Omdat deze moeder reeds voorafgaand aan de behandeling al goed van de tongriem gesneden was, werd het voorval snel opgelost en liep het af met een sisser.

 

Op de vraag van ouders of ik bang ben dat baby’s en kinderen me later op komen zoeken als ze volwassen zijn, is het antwoord “Nee”. Kinderen zien mij op het schoolplein niet als “tongdokter” maar als de mama van…  Het enige waar ik nu wel bang voor ben is naast luizen, voor een inval van de politie.  Als mensen hun tongpositie gaan trainen met Duck tape, dan zal ik toch het achterste van mijn tong moeten laten zien…

 

*De Luizenmoeder is een Nederlandse komedie die gaat over het leven op en rond de basisschool, waar vaak regels en (gedrag)codes gelden en volwassenen zich soms als kinderen gedragen en omgekeerd. 

Dokter Bibber

Wie is niet opgegroeid met het gezelschapsspel Dokter Bibber. Met Dokter Bibber probeer je jouw patiënt zonder te bibberen weer beter te maken. Opereer hem zonder te bibberen, want anders gaat de zoemer!

 

Helaas is opereren geen (kinder)spel. Ten eerste vertrouwt een patiënt je volledig. Hij of zij gaat ervan uit dat je als dokter weet wat je doet en handelt op een correcte en professionele manier. Oudere kinderen en volwassenen liggen achterover in een heel kwetsbare positie.  Bij de baby’s leggen ouders hun kostbaarste bezit letterlijk en figuurlijk in mijn handen. Dit is iets wat ik en mijn collega’s ons erg bewust van zijn. Ten tweede is een vaste hand of juist twee linkerhanden bepalend voor het wel of niet slagen van een operatie. Met mijn bibberende handen zit het gelukkig wel goed. Als ouders zich ongerust maken over het bewegen van het kind, zeg ik gekscherend dat ik het na zoveel ervaring met mijn ogen dicht kan. Geen zorgen, ik zal dit niet uitproberen…

 

Echter blijken wij onze ogen altijd juist wagenwijd open te moeten houden. Bij de kliniek ligt niet alleen de focus op de mond, maar ook op de algehele conditie van de patiënt. Wij krijgen soms echt “bibbers” als andere zorgverleners het hier minder nauw mee nemen. Zo zag mijn collega laatst een baby die slap was en verhoging had. Het bleek om een baby te gaan met een dreigende sepsis (bloedvergiftiging) door een ontsteking aan zijn navel. Als mijn collega niet adequaat had gehandeld door direct de baby naar het ziekenhuis per ambulance af te voeren, had die moeder met lege handen gezeten. Gelukkig zijn moeder en baby inmiddels weer twee handen op een buik en werd mijn collega op handen gedragen. Ze was geen “dokter bibber”, maar dokter “ridder”.

 

Het blijkt dat je de handen ineen moet slaan om de beste zorg te kunnen verlenen en waar nodig de touwtjes in eigen hand moet houden. Helaas gold dit niet voor John Spinello, de bedenker van ‘Dokter Bibber’ in 1964.  Hij verkocht ‘Operation’, zoals het spel in het Engels heet, destijds voor 500 dollar aan een speelgoedmaker.  Vijftig jaar later had Spinello zelf 25.000 dollar nodig voor een operatie in zijn mond – geld dat hij niet had. Hij stond gewoon in de kou te klappertanden én te bibberen.

De Tongriem Kliniek

De roze wolk. Iedereen heeft het erover tijdens de zwangerschap en na de geboorte van je kind, een wolk van een baby. Soms is die wolk helemaal niet roze, maar donker(roze). Als er geen wolkje aan de lucht is, kom je niet terecht bij de Tongriem Kliniek. Als er wel bijvoorbeeld voedings- of spraakproblemen zijn, zou het zo maar kunnen.

 

Al jaren komen op mijn reguliere spreekuur, als tandarts in een tandartsenpraktijk, kinderen of volwassenen met spraak- of eetproblematiek. Via de logopedie of in verband met ruimtegebrek in het gebit via de orthodontist. Ook zonder tanden kunnen er bij jong en oud problemen zijn.  Bij ouderen met een kunstgebit zie ik dit terug tijdens het plaatsen van implantaten voor een klikgebit.  En bij baby’s tijdens het moeizaam drinken uit de borst of fles.

 

De naam was niet altijd Tongriem Kliniek. Vier jaar geleden heette het “een afspraak bij Kirsten” op haar tongriem spreekuur. Destijds begreep ik als kersverse moeder maar al te goed het belang van goed drinken en groeien van je baby. Zo gingen alle lege gaatjes in mijn agenda naar de baby’s in plaats van mijn eigen patiënten. En toen die gaatjes allemaal gevuld waren (om in tandarts termen te spreken) maakte ik, naast mijn reguliere werk én nadat ik mijn zoontje naar bed had gebracht, afspraken ’s avonds en in het weekend om andere moeders te kunnen helpen. Die afspraken maakte ik met mijn eigen mobiele telefoon en naderhand probeerde ik via “whatsapp in contact met de ouders te blijven om de baby’s te kunnen volgen. Toen de hulpvraag steeds groter werd en mijn vrije avonden en weekenden steeds korter, besefte dat ik maar 2 handen had en handen te kort kwam.

 

Het werd tijd voor méér professionele hulp. Ik wilde een verschil kunnen maken voor baby’s, kinderen en volwassenen overal ter wereld. Het werd tijd om multidisciplinair te gaan werken samen met een arts, lactatiekundigen, logopedisten en andere therapeuten. Zo liep ik met mijn hoofd in de wolken over het oprichten van een Tongriem Kliniek. Een goede start en zelfvertrouwen in het leven is wat je iedereen gunt, ongeacht de leeftijd. En als de Tongriem Kliniek daarbij een zetje (of sneetje) in de goede richting kan geven doen we dat om die reden. Een roze wolk is het misschien niet als je bij ons komt, maar achter de wolken schijnt altijd de zon!